'Kip' van Anton Heijboer
Bron: Jules Verne art
Op de fiets terug naar huis na een avondje fanclub had ik een gesprek met twee kunstenaressen over kunst en geld. De één verbaaste zich over de wereld van geld. Dat er duizenden euro's voor een kunstwerk worden uitgegeven. Ze stelde ook vast dat ze haar creatieve integriteit graag wilde behouden. Het kwam over als een beschermen tegenover de 'boze wereld' van het geld.
Het zijn inderdaad twee werelden. Kunst wordt door kunstbezitters graag gezien als een investering. Wat is het over tien jaar waard? Is het lucratief? Het is het esthetische combineren met het financiële. Op zich is daar niets mis mee. Het staat echter wel vaak haaks op de belevingswereld van de kunstenaar.
Anton Heijboer, jaren geleden op tv. Ik herinner het me nog. Samen met een aantal van zijn vrouwen staat hij voor een doek op een ezel. Hij pakt wat kleuren en een kwast en gaat wild te keer op het doek. Een paar grove streken paars, blauw en groen. 'Zo', zegt hij, 'dat is weer drie honderd euro' (misschien was het gulden). Heeft Heijboer geen normbesef of is hij het normbesef overstegen? Vele kunstenaars die met moeite een paar werken verkopen en daar vrijwel niets van overhouden - de helft gaat naar een galeriehouder, de helft van die helft gaat naar de belastingdienst - zullen Heijboer een gebrek aan 'edel' normbesef verwijten. De investeerder zou het heel anders zien. Hij is blij met het schilderij omdat hij weet dat het over een aantal jaar flink meer waard is geworden. Kunst overleeft economische recessies en neemt op de lange termijn alleen maar in waarde toe. Althans, een Heijboer en een Brood. Niet een Jansma of De Boer.
Maar is het zo? Is dat normbesef zo bepalend? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat kunst verkoopt dat een verhaal meebrengt. Men betaalt dus niet alleen voor het kunstwerk maar ook voor het verhaal. Dat is zeker zo in het geval van Herman Brood. De legende. Hij maakte zijn lichaam kapot door de drugs en hij dronk te veel. Hij maakte ruige liedjes en leefde een leven dat veel mensen op één of andere manier aantrekkelijk vinden. Groots! Dramatisch! Zoveel meer interessant dan beleggen in kunst en dan met je 'vrinden' ouwehoeren met een glas champagne in de hand omdat je net een nieuwe Brood hebt aangekocht. Het zal het rebelse wel zijn en... het verhaal. Je kunt geen stoer verhaal ophangen over een ene Jansma of De Boer, hoewel artistiek interessant, ze hebben geen verhaal.
Wij maken de kunst voor wat ie is. Wij gooien er een vleugje normbesef in en roeren eens goed in de pot. Esthetiek wordt ondergeschikt gemaakt en we verzinnen er een intellectueel verhaal omheen. Kunst als statusverhogend middel. Zo van: 'kijk, ik ben niet alleen rijk, ik heb er ook verstand van'. De morele afkoop van geld, want geld stinkt. Ondertussen verstoft menigeen kunstwerk in de talloze ateliers van de onbekende kunstenaars.
En de kunstenaar? Die staat vaak aan de andere kant van het spectrum. Het creatief proces is het blootleggen van de ziel, een wonder van idee naar vorm, maar de boterham blijft onbelegd. En dat zit de kunstenaar vaak dwars. Met jaloezie ziet hij of zij toe hoe een handjevol kunstenaars alle eer en.... geld opstrijkt. Dan helpt het begrip 'normbesef'. Zo iets als: 'een echte kunstenaar doet het niet voor het geld maar omwille van de kunst.'
We gaan te veel voorbij aan wat kunst daadwerkelijk is. Kunst is de creatieve verwoording van een idee of een gevoel of een ingeving, dus iets wat niet tastbaar is, niet in de hand te vatten is, naar vorm, het tastbare. Dat is op zich een groot wonder waar we maar al te vaak aan voorbij gaan. Kunst is daarmee het medium tussen het ongrijpbare en het tastbare. En dan is er de persoonlijke kleur die de kunstenaar aan zijn of haar werk geeft: je kunt een kunstwerk 'lezen', met andere woorden, het zegt zoveel over hoe de kunstenaar het leven bekijkt. Daar zit ook de kwetsbaarheid van de maker van het kunstwerk, een prachtige eigenschap die we allemaal hebben. Ik ben een groot fan van Ken Wilber, een spiritueel wetenschapper met een grote liefde voor kunst. Hij zegt dat kunst het raam is waar wij even in een heel andere wereld kunnen kijken en ons daarmee verbonden kunnen voelen. Hij bedoelt daar het Universum of God mee, hoe je het ook maar wilt noemen, en het feit dat wij verbonden zijn met het Universum en alles wat daarin is. Kunst kan daarom het beste in mensen losmaken.
Er is nog één norm die ik graag zou willen doorprikken en dat is de vernieuwing in kunst. In het programma '
Trendspotting Istanboel' ging het over de biënnale in Istanboel. Er waren vele kunstenaars die stuk voor stuk even in het voetlicht werden geplaatst. De presentatrice van het programma sloot af met de woorden: 'de kunst op de biënnale is niet erg vernieuwend maar wel interessant...' Wij in het westen hebben bijna twee eeuwen lang de kunst zien vernieuwen: van dadaïsme naar magisch realisme, van impressionisme naar expressionisme (niet noodzakelijkerwijs in chronologische volgorde). Deze vernieuwing zijn we gaan zien als een wetmatigheid, een foute veronderstelling. Kunst is niet per sé vernieuwend. Kunst is tijdloos en daarom niet onderhevig aan vernieuwing wat een lijn in de tijd verondersteld. Kunst die dus niet vernieuwend was is dus lange tijd niet interessant geweest. Dat is best jammer. Ik heb bijvoorbeeld enorm genoten van de Chinese inkttekeningen en kaligrafieën. Die worden al generatie op generatie op generatie gemaakt. De leerling probeert de meester zo goed te imiteren (not done! in het westen) totdat hij net zo goed wordt als de meester. Dan mag hij of zij zich ook meester noemen. Pas in de laatste jaren van een kunstenaarsleven gaan sommige kunstenaars voorbij de grenzen van wat kunst is en verwordt hun kunst tot hogere kunst. Niets vernieuwend aan, maar wel bijzondere kunst. In de westerse ratrace of zucht naar vernieuwing is veel rotzooi geproduceerd omwille van die vernieuwing.
Eigenlijk is 'vernieuwing' een verkeerde omschrijving van wat de afgelopen decennia is gebeurd. Ik zou het liever een zoektocht naar de (ontelbare) vormen van expressie noemen. Momenteel zijn we rijk aan expressievormen omdat er geen norm is. En is het niet handiger om tientallen talen te kunnen spreken? Bereik je daarmee niet veel meer mensen? Wordt kunst dan niet een breed gewaardeerd medium? Kunst spreekt nu tot ons allen, niet alleen tot de elite en dat is mooi.
Om nu uiteindelijk terug te komen op het verhaal van de kunstbezitter en de kunstenaar, zou ik zeggen:
lang leve de normloosheid! Normen beperken creativiteit, dus laat ze los. Tegen de kunstenaars zou ik willen zeggen: kun jij een verhaal vertellen, vertel het dan, geld stinkt niet en geeft nog meer vrijheid om jouw creativiteit te uiten. Maar ga niet aan de drugs zoals Brood (knipoog). En als je het verhaal niet kunt of wilt vertellen, geniet van het wonder dat jij elke keer weer schept: van idee naar vorm. Tegen de kunstbezitter zou ik zeggen: houd eens je mond, vergeet de status en financiële meerwaarde die het brengt en ga eens echt kijken naar het kunstwerk. Wat zie je? En wat doet het met je? Ben je veranderd nadat je echt naar een kunstwerk hebt gekeken en wat zegt dat over jou?
Volgens mij kan kunst zo zijn waarvoor het bedoeld is: verwondering in verbondenheid. En daar draait het leven op.
- Angela -